dinsdag 18 maart 2014

India, Rusland en Azerbeidzjan

Gisteravond vierden we de verjaardag van mijn schoondochter.

Omdat ik geen chana dal had kunnen kopen (de toko bleek gesloten), reed ik met mijn zoon eerst door naar een toko bij hem in de buurt. Die hadden van alles, maar ik heb me beperkt tot de aanschaf van chana dal en mung dal. Dit keer van een ander merk dan anders.

Op de verpakking staat een recept voor chana dal.


Dit recept herkende ik: het staat in een Indiaas kookboekje uit 1976: Shanta Nimbark Sacharoff; Indiase Kookkunst. Vegetarische recepten uit de Hindoekeuken van uitgeverij Bert Bakker.


Grappig.

Het recept voor mung dal herkende ik niet.


Daarna hebben we verrukkelijk gegeten: Russische borsjtsj en salade en Azerbeidzjaanse dolma's en pilaf met een lamsvleesstoofschotel met onder meer abrikozen, pruimen en kastanjes. Daarna een taart door mijn schoondochter gebakken en een taart door haar moeder.

zondag 16 maart 2014

De laatste

Toen we kwamen wonen, stonden er in de tuin nog veel tulpen en hyacinten. Die zijn nu nu bijna allemaal verdwenen. Alleen deze hyacint is nog ieder jaar terug gekomen.


De narcissen doen het echter geweldig.

zaterdag 15 maart 2014

Beras merah

Stad en land had ik afgezocht naar chana dal (gespleten kekererwten), maar niets gevonden. De toko waar je veel Indiase ingrediënten kunt vinden leek gesloten. Bij de andere toko's vond ik ook geen chana dal, maar bij de eerste die ik bezocht zag ik wel rode rijst. Ik dacht dat het rijst met een rode korrel zou zijn, maar dit was een ongepelde rijst met een rode kaf. Bovendien uit Thailand. Ik kocht desalniettemin een pak.

Vanavond aten we deze rijst met sajoer lodeh; veganistisch, dus met (Japanse) sojasaus in plaats van trassi. Het uiterlijk van de gekookte rijst was niet fraai, maar het geheel smaakte voortreffelijk.


zondag 9 maart 2014

Kabak tatlisi

Gisteren aten we Turks, op verzoek van mijn zoon. Als desert aten we kabak tatlisi: een compote van pompoen. Mogelijk was de pompoen al wat oud: ik vond het wat melig. Een beetje citroensap maakt het wellicht frisser. Een volgende keer proberen, als de pompoenen wat minder lang bewaard zijn geweest.

Een recept (en veel andere inspiratie) vind je hier.

dinsdag 4 maart 2014

Pickles van spruitjes

Ik had te veel spruitjes gekocht; ik hield een pond over. Ik besloot er pickles van te maken naar een recept van Marissa McClellan. Ik gebruikte gewone azijn in plaats van cider azijn en ik verdeelde de pickles over 3 potjes.

Dit is het resultaat:


zondag 2 maart 2014

Mostarda di clementine

Ik had mostarda gemaakt. Het zag er niet uit. Schudden deed de mosterd wel door de hele pot verdelen, maar gaat daarna toch weer drijven. Toch een smaaktest gedaan. Bitter en verder geen bijzondere smaak. Ik heb de troep weggegooid.

Paddenstoelenketchup

Ik weet niet meer precies hoe ik het had vernomen, maar paddenstoelenketchup moest een verrijking zijn in het smaakpalet. Dus wilde ik het proeven. Op internet vond ik enkele sites, waar je het kon kopen. De prijs en de ingrediëntendeclaratie stemde niet echt vrolijk. Zelf maken dus.

Ik vond een drietal bruikbare recepten (hier, hier en hier). Dit recept is wellicht ook bruikbaar, maar niet echt ketchup, meer een tapenade.

Ik kocht 1500 g kastanjepaddenstoelen, die ik in 3 batches in de keukenmachine fijnmaalde met telkens 25 g zout.




Heston Blumenthaler laat de champignons direct uitlekken, Volgens het recept van Jane Grigson en  The complete Cook moest het zo'n 48 uur macereren. Ik deed de champignonprut in een inmaakpot en liet dat 2 dagen in het halletje staan (daar is temperatuur ca. 13°C). Ik zag geen tekenen van fermentatie, hoewel dat mogelijk wel kan gebeuren. De aan de lucht blootgestelde laag wordt wel heel donker, bijna zwart.


Tussentijds heb ik de prut enkele malen doorgeroerd; aanstampen ging niet, daarvoor is het teveel een brei. De nacht volgend op de tweede dag liet ik de prut uitlekken.


De geur was overweldigend: het hele huis rook naar paddenstoelen. Helaas was dat de volgende ochtend al grotendeels vervlogen. Ik hield zo'n 650 ml vocht over. Ik besloot de prut toch maar uit te knijpen en dat leverde in 3 keer uitpersen nog zo'n 230 ml op; totaal dus 880 ml champignonvocht.

Ik kookte 120 ml rode wijn met 60 ml rode wijnazijn, 1 gesnipperde sjalot, 2 kruidnagels, stukje foelie en 2 pimentkorrels; daar deed ik het champignonvocht bij.


Ik liet het tot ca. de helft inkoken en zeefde het via een trechter in een fles. Ik had besloten het niet te binden.


Vandaag een smaaktest. Overweldigend zout, een licht kruidige, maar geen paddenstoelen geur of smaak. Ik zal bij gelegenheid testen hoe het in een saus of soep een verrijking geeft van de smaak.